Wonen in een idee
Volkskrant: REPORTAGE, tekst Karolien Knols . fotografie Auke Vleer op 09 april '05, 00:00, bijgewerkt 21 januari '09, 01:22
Leven in verbondenheid, de bewoners van het eerste ecodorp in Delfgauw zagen het wel voor zich. Intussen blijkt dat ook gemeenschapszin zijn grenzen heeft. Over de diepste waarheid rond een Mongoolse tent en de negatieve energie van een konijnenmail.
Het zijn spannende weken voor de bewoners van Het Carré. Twee jaar na de oprichting van het eerste ecodorp van Nederland moeten er knopen worden doorgehakt. Eén: wordt het gemeenschapshuis, kroon op de binnentuin en onderwerp van vele vergaderingen en inspraakrondes, 150 of 250 vierkante meter groot? Twee: hoe gaat Het Carré in de toekomst om met beslissingen? Worden die unaniem genomen, of met een meerderheid van stemmen? Want ja, zegt een bewoonster tijdens deze wat mager bezochte bewonersbijeenkomst, zoals het nu is gegaan, beslissen met instemming van 67 volwassenen, dat is wel mooi qua idee, en ook nog steeds nastrevenswaardig, maar er gáát toch een tijd overheen voor iedereen het eens is.
De trampoline bijvoorbeeld. Vonden ze allemaal een goed initiatief, maar sinds de zomer van 2003 leidt het ding een zwervend bestaan in de binnentuin omdat niemand zit te wachten op de overlast van springende en schreeuwende kinderen zo vlak achter zijn eigen tuinhekje. En dus komt vanavond de vraag op tafel: gaat ie de deur uit, of proberen we het nog een keer? En zo ja, achter wiens tuin?
'Niet recht achter die van mij', zegt Kees Voorberg, een van de initiatiefnemers van Het Carré, 'hij staat nu midden in mijn uitzicht, dat wil ik niet.'
'Maar er staat in de notulen dat er is besloten dat hij op die plek komt', zegt Adheera.
Nee hoor, er staat voorstel, lees maar, hier: voorstel.'
'Dan staat het er verkeerd.'
'Wat vind jij', polst Adheera haar buurvrouw, maar die heeft nadrukkelijk niks met de trampoline, 'dus ik ga niet volmondig ja zeggen, en ook niet volmondig nee.'
'Jongens, jongens, ik krijg hier zó'n hoofdpijn van', zucht Adheera, 'kunnen we de trampoline alsjeblieft doorschuiven naar de volgende vergadering?'
Gemeenschapszin
Zouden alle inwoners van Vinex-wijk Emerald in het Zuid-Hollandse Delfgauw weten, dat aan de rand van de wijk, in dat grijze blok dat oogt als een woonkazerne, een ecodorp is gevestigd? Veel aanwijzingen krijgen ze in ieder geval niet. Op straat geen spatje groen, de gevels zonder enig spoor van eigenheid, en wie de centrale poort passeert - 'welkom buren, vrienden, en kinderen tot zes jaar' - struikelt over felgekleurd plastic speelgoed en witte tuinsets van Hartman.
Toch wonen hier sinds maart 2003 bijna zeventig volwassenen en veertig kinderen die de drie pijlers van Vereniging Ecodorp - ecologie, spiritualiteit en gemeenschapszin - omarmen. Toegegeven, toen eind 2002 een woningcorporatie zich meldde met de vraag of de vereniging bewoners kon leveren voor een milieuvriendelijk huizenblok, was hun eerste reactie niet laaiend enthousiast, met de snelweg op nog geen 200 meter afstand. Maar onderhandelingen met gemeenten over ecodorpen in meer landelijke gebieden waren stukgelopen, en ze moesten toch ook praktijkervaring opdoen, erachter komen of hun idealen haalbaar waren?
En zo ontstond Het Carré. Kees Voorberg (57) herinnert zich nog goed hoe hij hier kwam. Als een van de eerste leden van Vereniging Ecodorp had hij hooggestemde verwachtingen: 'Leven in verbondenheid, met respect voor elkaars eigenheid. Want ik moet wel Kees kunnen zijn, en altijd kunnen zeggen wat mijn waarheid is.'
Hij had tien jaar in Friesland gewoond, alleen, in een afgelegen dorp. Hoe goed de rust en de ruimte hem ook beviel, het was hem in al die jaren niet gelukt tussen de Friezen te aarden. Dat lag misschien ook een beetje aan hemzelf. 'Ik ben hooggevoelig. Als contacten moeizaam gaan, komt dat behoorlijk binnen. Dus toen dit project zich aandiende, dacht ik: mooi, wonen met gelijkgestemden. Dat voelde als een goede basis.'
Of hij de hooggevoeligheid van andere bewoners dan meteen herkende? 'Ik ben zeker niet de enige hier. Het Carré is daarom een ideale oplossing: ieder zijn eigen huis, en toch in contact met anderen.'
In de jaren tachtig had Voorberg al ervaring opgedaan met woongroepen. 'Heel gezellig allemaal, maar als er ruzie was, trok iedereen zich terug in zijn eigen ruimte, en we zagen elkaar pas weer als de lucht een beetje was geklaard. Zo leefden we van conflict naar conflict, we kwamen geen steek verder met elkaar. Dat patroon wilde ik hier graag doorbreken.'
Het scheelt dat psycholoog Voorberg in het dagelijks leven 'trainer groepsontwikkeling' is. Het belangrijkste dat hij de afgelopen jaren heeft geleerd: 'Dat een groep niet per se het beste functioneert als alle neuzen dezelfde kant op staan. Dan krijg je een laffe compromiscultuur, waar alle verschillen tussen mensen worden weggemoffeld. Nee, je moet juist gebruikmaken van de diversiteit. Als iedereen het gevoel heeft dat hij wordt gewaardeerd om wie hij is, gaat de energie pas echt goed stromen.'
Hij heeft zijn ervaring als trainer in Het Carré kunnen inzetten toen er tussen 'de doeners' en 'de kat-uit-de-boom-kijkers' een patstelling dreigde over een yurd. 'Op een gegeven moment wilden de doeners zo'n Mon goolse tent in de tuin, bij wijze van ontmoetingsruimte. Te huur voor 300 euro per maand. Maar omdat het uit de gemeenschappelijke pot moest worden betaald, kwamen er allemaal bezwaren. Toen heb ik een bijeenkomst georganiseerd, en voorgesteld: we gaan praten met een talking stick, een steen die de kring rondgaat, en als je hem krijgt, mag je je diepste waarheid spreken over die yurd, en de anderen moeten luisteren, hoeveel tijd je er ook voor neemt.'
Een uur lang is die steen in goede harmonie rondgegaan, en nadat alle voors en tegens waren verwoord, kwam iemand op het idee de volgende morgen langs de deuren te gaan voor een bijdrage van 10 euro per huishouden, en wie niets wilde geven: even goede vrienden.'
Enfin, de yurd kwam er, de bewoners hebben er fijne momenten in beleefd, en na drie of vier maanden hield iedereen 'm weer voor gezien. Veel gedoe om niks dus? 'O nee, zegt Voorberg, 'ik vond dit nu juist een voorbeeld van hoe het ook kan.'
Thuisonderwijs
Stefan Persaud (32) zegt het met enige terughoudendheid, maar hij zegt het toch: 'Juist de mensen met de sterkste idealen zetten een rem op nieuwe initiatieven. Want ze zijn te kritisch.' Gemeenschapszin, dat is waar hij en zijn vrouw Kirsten Feijen (29) op afkwamen. Ze huurden een portiekwoning in Delft, net aan de andere kant van de snelweg, en het stak hen steeds meer dat ze na jaren nog steeds niemand in de straat kenden. Als hij nu zijn auto voor de deur parkeert, ziet hij het zo: de koopwoningen aan de overkant van de straat, dat is 'de stad', Het Carré is zijn dorp. 'Ik ken iedereen bij naam, ik weet wat voor werk ze doen, waar hun kinderen op school zitten.'
Hun eigen oudste, Fela, krijgt sinds ze 5 is thuisonderwijs. Dat past, zegt Kirsten Feijen, bij het intuïtief ouderschap dat ze voorstaan. 'We volgen de kinderen in hun behoeften. Het woord moeten wordt hier niet veel gebruikt. We slapen met z'n vieren, Otis van 2 krijgt nog de borst.
'Fela is een nieuwsgierig kind, we halen boeken voor haar bij de bibliotheek, ze surft op internet. Laatst wilde ze iets over poezen weten, nou je snapt al wat er gebeurde, voor ze het wist zat ze op poesjes.nl. Dus daar moet binnenkort misschien een filter op.'
Haar man, industrieel ontwerper, was vlak na de verhuizing nog behoorlijk afwachtend, zegt Feijen. 'Stefan is nuchter, dus al dat gepraat over emoties en energie was niet aan hem besteed. Maar ik merk dat hij de afgelopen twee jaar steeds meer openstaat voor die andere kant.'
Zelf heeft ze van het leven met anderen al iets heel belangrijks geleerd: 'Ik ben een heel bot figuur, maar hier zie ik mensen met veel meer respect en liefde op elkaar reageren. Laatst had ik een meningsverschil met een sannyasin, en die zei: ”Goh, het doet me wat dat je dit tegen me zegt, maar ik zal ernaar kijken.” Zonder boos te worden! Mooi hoor.'
Sinds kort zit Feijen, vrijwilligster bij een borstvoedingsorganisatie, in de werkgroep 'Zorg voor elkaar' van Het Carré. Uit gangs punt van het ecodorp is immers: samen wonen, dan ook zorgdragen voor elkaar als dat nodig is. Het probleem is alleen dat niet iedere bewoner zorg hetzelfde definieert.
Zo had Feijen samen met een paar andere jonge moeders een clubje dat elkaar hielp in het huishouden. Kinderen opvangen, de was doen, koken. Daar zijn ze mee gestopt omdat een van de vrouwen te veel verwachtte. 'Nu hebben we het er in de werkgroep over hoe ver we gaan in het geven van zorg. Er wonen hier mensen die uit communes komen, die zijn gewend altijd bij elkaar binnen te stappen, alles te bespreken. Dat is niet mijn instelling. Ik vind: iedereen draagt verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven. Ik wil graag meer zijn dan een goede buur, maar ik hoef niet alles met iedereen te delen en ik ben ook niet van plan iemands huishouden over te nemen.'
Het mooiste dat ze tot nu toe in het Carré heeft beleefd? 'Behalve dat het heerlijk is dat de kinderen zonder toezicht in de binnentuin spelen, de achterdeur altijd openstaat, en dat je bij mooi weer met je kopje koffie aanschuift aan de picknicktafel? Dat een groepje bewoners spontaan in de binnentuin ging mediteren toen hier een baby kort na de geboorte heel ziek werd. Dat gaf een heel warme energie.'
Zware gedachten
Joy is an inner note that you sound as you move through the day.
Die spreuk hangt op het toilet van Pauline Plokhooy (42), naast een poster vol foto's, getiteld Hete Valentijnshunks - grapje van haar puber dochter.
Haar hele leven weet Plokhooy al: ik ben licht. 'Noem het intuïtief, of gevoelig voor sferen. Ik zie meer dan 3-d.' Als maatschappelijk werker volgde ze, alweer twaalf jaar geleden, een cursus Awakening your light body, waar ze leerde de lichtpunten in haar lichaam te activeren. 'Wat je doet, is je leven lichter maken. Je leert negatieve of zware gedachten in het licht te brengen.' Hoe ze dat doet? 'Ik heb mijzelf bijvoorbeeld lange tijd behoorlijk belemmerd door dingen niet te durven. Dat kun je opvatten als iets negatiefs, maar je kunt ook denken: hé, dat deel van mij probeert me te beschermen. Klinkt heel wat positiever. En als je die positieve gedachte ook nog koppelt aan een beeld, zoals de zon, dan voel je je een stuk lichter.'
Een jaar na die eerste meditatie richtte Plokhooy haar eigen bedrijf op, Sirion, en samen met haar partner Jelke - die in het huis naast haar woont - geeft ze nu zelf meditaties. Ze heeft er een hele dagtaak aan. 'Mijn werkdag begint als mijn dochter om kwart voor acht de deur uit gaat, en eindigt pas 's avonds laat.'
En ja, dan stoort het haar soms dat er mensen zijn in Het Carré, een grote groep zelfs, die van een uitkering leeft. 'Ga je 's ochtends de deur uit en zitten ze met een kop koffie in de zon, kom je aan het eind van de dag terug, en zitten ze er nog steeds.'
Van alle bewoners is Plokhooy misschien wel het minst te spreken over het reilen en zeilen in Het Carré. Toen ze zich aanmeldde was ze nieuwsgierig naar wat er kon ontstaan, ze was bereid er veel tijd en energie in te steken, stapte zelfs in het bestuur, maar na twee jaar is er van haar enthousiasme weinig over. 'Voor een vergadering mediteerde ik altijd. Niet om rustig te worden, maar om alvast met mijn hart contact te maken met de onderwerpen die zouden worden besproken.' Vormde ze zo alvast haar mening? 'Nee, ik deed dat om liefde te voelen. Maar dan zat ik in zo'n vergadering, en iedereen voerde zijn eigen strijd, en dat leverde me toch een boel negatieve energie op.'
Wat haar het meest stoort: 'Dat iedereen spreekt vanuit zijn eigen belangen, terwijl je bereid moet zijn om keuzes te maken die goed zijn voor de hele groep.'
Ze begríjpt het wel, dat het moeilijk is om met zeventig volwassenen tot elkaar te komen. 'Carré is een samenleving in het klein, met alle groepsprocessen die zich in een samenleving voordoen. Dat hoort ook bij groei en ontwikkeling. Alleen: hier wordt elk conflict, elke onenigheid aangescherpt omdat we fysiek geen afstand kunnen nemen van elkaar. We wonen allemaal rond hetzelfde binnenterrein, we moeten het samen over cruciale zaken eens worden. Dan kun je je schuifdeur wel dichtdoen, en vergaderingen overslaan, zoals ik, maar dan krijg je nog wel alle mails via het interne systeem. Ieder een die een voorstel heeft, of die zijn gal wil spugen, stuurt dat per mail rond. Daar heb je weer een konijnenmail, zeggen we dan.'
Haar suggestie: 'Stoppen met praten, en even alleen maar leuke dingen doen met elkaar. Feestjes organiseren. Want dan is het wel gezellig.'
Kijk, en daarom kan Nisha, die graag zonder achternaam door het leven gaat, niet wachten tot het gemeenschapshuis er is. 'Leuk, de boel een beetje gezellig maken. Samen mediteren. Eindelijk weer een plek om te dansen. En een neutraal terrein om elkaar te ontmoeten. Want je kunt wel bij iedereen op het achterraam kloppen, maar ik voel toch een drempel.'
Nisha (67) was een groot deel van haar leven sanyassin van Osho. Ze bezocht Poona in India, waar de grote leider, die toen nog Bhagwan heette, in de jaren zeventig zijn residentie had. Woonde twee keer een jaar in een commune - de eerste keer in een gekraakte gevangenis in Amsterdam, de tweede keer in het Bhagwan-complex op het Cornelis Troostplein - ook in Amsterdam. Een van de dingen die ze van Osho leerde: 'Heb je naaste lief, zoals jezelf. Die laatste toevoeging, daar had ik, streng gereformeerd opgevoed, nog nooit van gehoord. Ik heb van mezelf leren houden, door hem. Ik ben gaan schilderen, door hem. Eigenlijk heb ik als san yassin gedaan wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Boos worden, schreeuwen. En dansen. God, wat hebben we gedanst.'
Het verbaast haar, maar nog steeds spelen bijna al haar dromen zich in de commune af, 'heel ingewikkelde verhalen. Ingewikkeld, omdat elke confrontatie werd aangegaan. Maar uiteindelijk leerden we elkaar accepteren zoals we waren.'
En nu is ze de grand old lady van Het Carré. Ze heeft de internetsite opgezet, ze nam het initiatief voor het wekelijkse thee-uur op zondag, bij toerbeurt te organiseren bij een van de bewoners. In haar atelier stonden de maquettes van de vier ontwerpen voor het gemeenschapshuis, waar iedereen zijn zegje over mocht doen.
Het gekissebis telkens als er iets groots moet worden besloten, ach, dat neemt ze op de koop toe. 'We zijn een zooitje ongeregeld, in drie maanden tijd bij elkaar geharkt. Ik kan er wel om lachen. Natuurlijk, het zou allemaal veel makkelijker lopen als er iemand was die boven de partijen stond, iemand met overwicht die zegt: ”We doen het zo, en niet anders.” Maar ik zie het positief. Deze eerste twee jaren, dat was de aanloopfase. Als straks alle belangrijke knopen zijn doorgehakt, begint het echte leven.'
Eigen waarheid
Zo verwoordt Nisha precies de gevoelens van de bewoners van Het Carré. Kom over vijf jaar maar eens kijken, zeggen ze, dan zul je zien dat het allemaal beter loopt. Dan staat er een gemeenschapshuis, is de tuin groen, dan heeft iedereen zijn draai gevonden.
Intussen zijn ze tevreden met wat het leven op die ene hectare te bieden heeft, en dat gaat verder dan het stoffelijke. Kees Voorberg: 'Het Carré is een enorme kans voor je ontwikkeling. Ik ben er definitief achter gekomen dat een deel van mij het liefst wil dat alles zo gaat zoals ik het in mijn hoofd heb, terwijl ik in mijn werk, en ook hier, predik dat iedereen zijn eigen waarheid heeft. Vroeger worstelde ik met die tegenstelling, maar ik leer hier mezelf te aanvaarden. Ik erken mijzelf ten diepste in wie ik ben.'
Pauline Plokhooy gelooft het intussen allemaal wel. Vijf jaar blijft ze nog, hooguit, dan gaat ze op zoek naar een andere woning. Dat Het Carré bij andere bewoners iets heeft losgemaakt vindt ze mooi, maar bij haar is het niet gebeurd. 'Ik had mijn leven al op orde toen ik hier kwam wonen. Het Carré heeft daar weinig aan toegevoegd.'
